Arriving in Viçosa
I have the
urge to write all my stories in English but for now I will try to keep it in
Dutch, hence most of those who will likely read this are as Dutch as can be.
Dit keer schrijf ik niet
vanaf een dakterras maar al zittend op mijn bed in mijn nieuwe kamer. Ik ben
zojuist officieel verhuisd en heb nu een ruime kamer met privé balkon in een
prima buurt op ongeveer 40 minuten loopafstand van de universiteit. Hoewel ik,
zoals het een oer-Hollander betaamt, heel graag een fiets zou aanschaffen wordt
dit me telkens door een ieder ten stelligste afgeraden. Het verkeer in Brazilië
is op zijn zachtst gezegd chaotisch. En dat terwijl iedereen nog terug moet
komen van carnaval. Ik ben benieuwd hoe dit er maandag uit gaat zien. Mijn huisgenoten
zijn op dit moment bezig met een experiment op de campus; deze zal ik later
voorstellen.
Om mijn verhaal te
vervolgen; ik ben zojuist aangekomen op het vliegveld van Belo Horizonte (spreek uit [ˌbɛloɾiˈzõtʃi]). Een
relatief klein vliegveld (denk Eelde). Het is 07:55 Braziliaanse tijd
(tijdzone: GMT-03) en ik heb al 25 uur niet geslapen. Na het ophalen van mijn
koffer hoop ik vol goede moed mijn contactpersoon te ontmoeten bij de Arrivals maar helaas, niemand te
bekennen. Ik heb de zaterdag voor mijn vertrek nog een bericht verstuurd met
daarin gegevens betreffende mijn aankomst. Dit is dan ook waar mijn
inlevingsvermogen mij weer eens tekort schoot; in Brazilië is het carnaval rond
deze tijd en hebben mensen wel iets anders aan hun hoofd dan het lezen van
e-mails. Na drie kwartier wachten, een telefoontje richting Nederland om te
vragen of ik toch echt geen e-mail ontvangen had, en het bericht dat mijn
broertje een acute blindedarm ontsteking heeft gehad met daarop een,
succesvolle, spoedoperatie, toch maar besloten de bus richting Viçosa te nemen.
Een bus die alleen vanuit Belo Horizonte vertrekt. Op zich geen probleem, ware
het niet dat ik mij enigszins vergist had in de afstanden op Google Maps (wat
is Nederland toch een minuscuul klein landje). Misschien had er een lichtje moeten
gaan branden toen ik het ticket betaalde, á €15, -. Of misschien toen ik bij de
bus aankwam en er een hele familie aan het verhuizen was. Ik heb vergeten een
foto te nemen maar stel je voor; een stuk of vijftien verhuisdozen, mooi
ingepakt in tape, vijf koffers en verder nog wat losse prullaria. Het voordeel
van transporte público, elke
buschauffeur ontfermt zich over de bagage. De buschauffeur was dan ook een goed
kwartier bezig de verhuizing van deze familie voor zijn rekening te nemen,
waarvoor hulde!
Na ongeveer anderhalf uur
in zwaar wankelende en zwieberende bus te hebben vertoeft (nog steeds denkende
dat een ritje vliegveld – centrum toch echt niet zo lang kan duren) kom ik dan
eindelijk aan in Belo Horizonte. Deze stad heeft drie miljoen inwoners en is
wijd verspreid over het heuvelige landschap. Het busstation is vergelijkbaar
met vertrekhal op een middelgroot vliegveld, alleen dan ongeveer zoals het er
100 jaar geleden uit heeft moeten zien. Na mijn ticket te hebben gekocht
(ditmaal ‘maar’ €35, -) was ik voorbereid op het ergste. Gedurende de
tweeënhalf uur die ik op een bankje heb zitten wachten heb ik ongeveer elke
denkbare gemoedstoestand meegemaakt. Ik had dorst, had nog niets gegeten,
voelde mij op zijn zachtst gezegd ongemakkelijk in een vreemde, superdrukke hal
waar niemand (zelfs de baliemedewerkers) zich enigszins in het Engels
verstaanbaar kan maken en waar ik telkens bijna in slaap viel mijn bagage
krampachtig omarmend in de hoop dat, wanneer ik wakker zou schrikken, ik niet
identiteit-, gadget- en kledingloos zou zijn. De stationsklok geeft aan 12:15;
eindelijk. Ik loop een smalle trap af richting perron in de hoop dat mijn bus
30 minuten te vroeg zou aankomen; tevergeefs.
Als de bus dan eindelijk
vertrekt komt er een gemoedelijke man, genaamd Hosej, naast mij zitten. Hoewel ik geen enkel woord português spreek en Hosej geen woord
Engels weet ik me toch nog aardig verstaanbaar te maken. Zijn de twee Spaans
courses die ik reeds vorig jaar heb gevolgd toch nog ergens goed voor. Hosej is
medewerker van de universiteit maar wat hij doet weet ik nog steeds niet. Na
drie kwartier communiceren met handen, voeten en rare geluiden geef ik het op. Ondertussen
heb ik geleerd wat tiras (riemen vast),
viagem agradável (prettige reis), verde (groen; joh?!)
en +55 (31) 3073-7000 (+55 (31) 3073-7000) betekenen. Ik ben Hosej uiteraard eeuwig
dankbaar.
De bus, van de veelzeggende maatschappij Pássaro Verde, heeft er goed de
vaart in en brengt ons, zo af en toe een ingestort wegdeel ontwijkend, door het
oerwoud richting Viçosa. Overal langs de weg staan kleine restaurantjes waar
steevast een stel hangjongerende
oudjes buiten zit te slapen of hevig discussiërend het voorbijkomende verkeer
bestudeerd. Hoewel het een doordeweekse dag is lijkt het alsof iedereen gewoon maar wat op
straat uithangt. Kennelijk levert dit wel degelijk wat op; onlangs is Brazilië
naar plaats zes gestegen op de wereldranglijst grootste economie. Het uitzicht, hoe vermoeid
ik ook ben, is afwisselend en interessant. Grote stukken ondoordringbare
jungle, dichte bebossing, zo af en toe een beekje of meertje, veel (Indiase)
koeien en immense struiken bamboe, soms tot wel zes meter hoog.
Na bijna zes uur rijden
kom ik dan eindelijk aan in Viçosa waar Vladimir, mijn contactpersoon die ik
ondertussen heb weten te bereiken op zijn mobiele telefoon, op mij staat te
wachten. Het is een prettig weerzien; we hebben al eens eerder kennisgemaakt in
Groningen. Hij heeft een onderkomen voor me geregeld bij Flavia; de meest
vriendelijke vrouw in Brazilië. Flavia heeft een prachtig, drie verdiepingen
tellend, huis vlak bij de universiteit waar zij huisvesting biedt aan (internationale)studenten.
Er staat een bed, een koude douche en een uitgebreid diner op mij te wachten;
what else could I wish for? Nadat ik alle huisgenoten, meer over hen in mijn
volgende post, heb begroet, mij
tegoed heb gedaan aan het overweldigende diner (standaard zo zal later blijken)
duik ik mijn bed in. Bijna 39 uur niet slapen heft zo zijn tol. De wekker staat
op 07:30.
Ondertussen versta ik
Portugees, kan ik mij redelijk verstaanbaar maken in een mengelmoes van Engels-Spaans-Portugees-Frans, heb ik
ongeveer veertig nieuwe mensen leren kennen, heb ik een nieuwe kamer, ken ik
Viçosa bijna op mijn duim, maar toch ten minste op mijn hand en heb ik ook
kennis gemaakt met de professor José Luis
Braga, voor wie ik mijn project zal uitvoeren.
Meer over de universiteit,
Vladimir, mijn (ex-)huisgenoten, de typisch Braziliaanse gebruiken en het
project dat ik zal uitvoeren in volgende posts.
De bij dit blog behorende
foto’s zijn terug te vinden op Flickr.
Mede mogelijk gemaakt door Pássaro Verde, Oldtimers, Coca-Cola en DRI UFV.